Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Drieborg

Drieborg is een dijkdorp dat na het leggen van de Oudedijk in 1657 geleidelijk is ontstaan. In de late middeleeuwen brak de zee diep in het Oldambt. Vanaf de 17e eeuw is geleidelijk land op de zee heroverd. Er was venig moerasbos weggeslagen en er kwam opgeslibd kleiland voor terug. De Schanskerdijk, ook Oudedijk genoemd, was in 1657 de tweede dijk in de oostelijke Dollardboezem waarmee land werd ingepolderd. De dijk liep vanaf de in 1628 gestichte Nieuweschans via de route waar nu de dijkbuurschappen Drieborg, Oudedijk, Kostverloren, Hongerige Wolf en Ganzedijk liggen naar Finsterwolde. Hiermee ontstond de Schanskerpolder. Aan de oostelijke en noordelijke zijde volgden in 1696 de Kroonpolder en in 1740 de Stadspolder.

Voor het in cultuur brengen van het land waren veel arbeiders nodig. De eerste huizen werden onder aan de dijk gebouwd en het zo gevormde buurtje werd Stocksterhörn genoemd. Nadat de Kroonpolder was ingedijkt, groeide het dorp met huizen op de dijk. Het dorp werd Drieborg genoemd omdat hier drie dijklichamen bijeenkomen. In het midden van de 19de eeuw telde het dorp 270 inwoners.

Via de Verlengde Hoofdweg van Nieuw-Beerta, met aan weerszijden kapitale boerderijen, kan het contrasterende arbeidersdorp worden bereikt. Eerst ligt een grote boerderij van het Oldambtster type langs de weg. Dan volgen aan weerszijden kleine middenstandswoningen en een voormalige winkel. Aan de zijstraat Het Laantje is nieuwbouw gekomen en op de hoek is het café te vinden. Zowel aan de Schanskerdijk als aan de straat Drieborg staan enkele burgerwoningen. Verderop liggen langs de oude dijk de arbeiderswoningen. Vanaf de jaren vijftig is veel karakteristieke bebouwing gesloopt. Toen is ten noorden van de oude dijk een wijkje van enkele tientallen woningen ontwikkeld met als centrale straat de Ds. B.J. Aderstraat. Het zijn eenlaagse arbeidershuizen in traditionele vormen, het zogenoemde Delfts Rood, en rijen huizen met een volledige slaapverdieping, allemaal gebouwd omstreeks 1950-1958.

Tekst: © NoordBoek Groningen • Foto: © Peter Karstkarel