Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Zuidlaren

Zuidlaren is in de vroege middeleeuwen ontstaan op de oostfank van de Hondsrug.

Oorspronkelijk had het dorp zo’n tien brinken, die allemaal een eigen kern met boerderijen hadden. De reden hiervoor is waarschijnlijk de veehandel die van oudsher plaatsvond op de brinken. Van deze brinken zijn nog zeven over, sommige zelfs met een dobbe. In documenten uit 1160 komt het dorp al voor als Suethlaere.

De naam duidt op een open plek in een bosachtig gebied. De dorpen Schuilingsoord en Westlaren zijn eind negentiende eeuw als ontginningsdorpen ontstaan onder de rook van Zuidlaren. Doordat Zuidlaren zich uitbreidde en aan de dorpen vastgroeide, worden ze nu beschouwd als wijken van Zuidlaren.

Zuidlaren staat sinds jaar en dag bekend om de Zuidlaardermarkt op de derde dinsdag in oktober. Omstreeks 1200 werd offcieel de eerste Zuidlaardermarkt gehouden, maar men vermoedt dat al vanaf 1000 markten in het dorp plaatsvonden. Monniken uit het klooster van het Groningse Aduard kwamen toen al naar Zuidlaren om pachten te innen en te handelen.

De gunstige ligging van Zuidlaren ten opzichte van grotere plaatsen heeft eraan bijgedragen dat de markt uitgroeide tot een van de grootste paarden- en runderenmarkten van Europa.

Veterinaire ziektes hebben vooral de koeienhandel de afgelopen jaren danig ingeperkt.

Naast de veehandel is de Zuidlaardermarkt ook bekend door de uitgebreide warenmarkt en de kermis op de Brink. In 2000 vierde de markt het 800-jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan onthulde prins Willem-Alexander het Zuidlaardermarkt Monument, een bronzen beeldengroep van een levensgroot paard met twee handelaren, gemaakt door Frans Ram.

Het dorp is ook bekend door de Zuidlaarder Bol, de broden die gevuld zijn met krenten, rozijnen en sukade. Van oudsher werden deze broden gebakken voor de handelaren op de Zuidlaardermarkt, omdat het brood stevig was en door de vulling lang smakelijk bleef. Zuidlaren verwierf daarnaast bekendheid door het kinderliedje over Berend Botje, die uit varen ging met zijn scheepje naar Zuidlaren. Of deze Berend Botje echt bestaan heeft, weet niemand. Desondanks heeft aan de Stationsweg sinds 1967 een beeld gestaan dat Berend Botje voorstelde. Wegens vandalisme is het beeld verplaatst naar molenmuseum De Wachter.

De hervormde kerk aan de Kerkbrink lijkt uit drie delen te bestaan. Het schip is vóór 1264 gebouwd, de grote toren verrees rond 1300. In de vijftiende eeuw werd de toren verhoogd en werd ook het laat-gotische koor gebouwd. Tot het interieur van de kerk behoren onder meer een preekstoel uit 1675 en een drietal herenbanken, waarvan één uit de late zeventiende eeuw. Het orgel is gebouwd in 1787 en is in 1859 in de kerk van Zuidlaren geplaatst. Rond 1890 is aan de Kerkbrink de voormalige pastorie gebouwd.

Boven Zuidlaren ligt het uitgestrekte Zuidlaardermeer, dat van oudsher veel toeristen trekt. In het centrum van het dorp zijn veel restaurants en cafés te vinden. Opvallend is het hotel aan de Kerkbrink dat een zeventiende-eeuwse oorsprong heeft en het hotel aan de De Millystraat, dat in de negentiende eeuw is gebouwd. Aan de Groningerstraat ligt het Sprookjeshof Zuidlaren, een groot kinderattractiepark. Aan de Havenstraat langs de Zuidlaardervaart staat de achtkante stellingmolen De Wachter. Deze olie-en korenmolen is gebouwd in 1851 en werd rond 1900 gemoderniseerd. In de molen werden stoommachines aangebracht, wat deze molen erg uniek maakt. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de molen in verval, maar na de nodige restauraties in de jaren ’70 en ’80 is hij weer maalvaardig. In de molen is nu een molenmuseum gevestigd. Daar worden demonstraties gegeven van oude ambachten, er is een grote collectie oude landbouwwerktuigen en er is een oud kruidenierswinkeltje ingericht. Eind 2006 is het nieuwe tentoonstellingsgebouw opgeleverd.

Aan de Stationsweg en de Hoofdlaan werd omstreeks 1895 de psychiatrische instelling Dennenoord geopend. Het was een gesloten inrichting op gereformeerde grondslag die grotendeels zelfvoorzienend was. Behalve het grote hoofdgebouw werd in 1895 ook een grote watertoren gebouwd, een wasserij, en later een Ontmoetingskerk, een ketelhuis en diverse woonhuizen en paviljoens. In 1935 werd het Noorder Sanatorium gebouwd, dat dienst deed als open inrichting. Bij het Noorder Sanatorium werd vlak na de oplevering een landschappelijke tuin met een grote vijver aangelegd. In Dennenoord wordt nog altijd psychische hulp zorg verleend, in het voormalig Noorder Sanatorium is sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw een farmaceutisch onderzoeksinstituut actief.

Aan de Annerweg tussen Zuidlaren en Annen ligt de voormalige Graaf Adolfkazerne uit 1938. Het hoofdgebouw heeft een onderdoorgang die leidt naar de binnenplaats waar vroeger meerdere gebouwen stonden. Deze kazernegebouwen zijn gesloopt in 1995. Ten zuiden van de Graaf Adolfkazerne begint Schuilingsoord, dat nagenoeg doorloopt tot de grens met de gemeente Aa en Hunze. Tot 1998 was Zuidlaren een zelfstandige gemeente. In 1908 nam de gemeente haar intrek in het raadhuis aan de De Millystraat, een pand in neorenaissance stijl dat ook bekend stond als Huize Lariks.

Rond 1960 verhuisde de gemeente naar het fraaie landhuis Laarwoud aan de Laarweg. Dit huis is gebouwd in 1688 en is in de achttiende eeuw met twee vleugels uitgebreid. Door de gemeentelijke herindeling van 1998 fuseerde Zuidlaren met de gemeentes Eelde en Vries. In eerste instantie kreeg de nieuwe gemeente de naam Zuidlaren, maar een jaar later vond men de naam Tynaarlo passender. Het gemeentehuis van Tynaarlo kwam in Vries. ■

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen