Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Zuidbarge

De esdorpen Noordbarge en Zuidbarge zijn ontstaan in de late middeleeuwen ten zuiden van Emmen. Ze werden van elkaar gescheiden door de uitgestrekte Zuidbargeresch. Samen vormden zij de marke van Barge. In 1381 werd al melding gemaakt van de plaats Berghe, maar of daar Noordbarge of Zuidbarge mee werd bedoeld, is niet duidelijk. In latere documenten komen de namen Noirtbarghe en Zuytberge voor. In de zestiende eeuw hadden de dorpen samen enkele tientallen boerderijen.

De namen duiden op een woonplek in de buurt van een heuvel. In de buurt van Noordbarge heeft men bijzondere archeologische vondsten gedaan, zoals een urnenveld en een nederzetting uit de vroeg-Romeinse tijd. Tegenwoordig zijn zowel Noordbarge als Zuidbarge bijna geheel ingesloten door nieuwbouwwijken van Emmen. Ze worden daarom als een wijk van Emmen beschouwd, hoewel de dorpelingen dat liever anders zouden zien.

Zuidbarge is bijna geheel omsingeld door de wijk Rietlanden en het industrieterrein Bargermeer. Noordbarge heeft aan de noordzijde nog enige open ruimte, maar is voor de rest ingesloten door de wijk Bargeres en een kantorenpark. Ondanks de vele nieuwbouw heeft met name Noordbarge nog goed zijn oorspronkelijke brinkenpatroon weten te bewaren. In Noordbarge zijn namelijk meerdere aaneengeschakelde brinkruimtes, waaromheen boerderijen en woningen gegroepeerd staan.

Het dorp heeft daardoor een typisch Drents esdorpenkarakter, wat een groot contrast vormt met de aangrenzende bebouwing van Emmen.

Op de centrale brink van Noordbarge vinden diverse evenementen plaats, waaronder broodbakken op ambachtelijke wijze in een ouderwetse stoetbakoven. In 2008 werd het Stoetbakken voor de vijfentwintigste keer georganiseerd.

Zuidbarge kent ook een rijk verenigingsleven, dat zich grotendeels afspeelt in en rondom het dorpshuis ’t Hoefjzer.

In Zuidbarge staat aan het Oranjekanaal de imposante stellingkorenmolen Zeldenrust. De achtkante molen dateert van 1857 en is gebouwd met onderdelen van een oliemolen uit Emmen. De gevelsteen met de initialen R.O. verwijst naar de eerste eigenaar, R. Oosting. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de molen buiten bedrijf, door een grondige restauratie in 1974 werd de molen weer maalvaardig.

Halverwege de negentiende eeuw werd het Oranjekanaal tussen Hoogersmilde en Klazienaveen gegraven. Het kanaal grensde aan de westkant van zowel Noordbarge als Zuidbarge. Vlak na 1900 werd in Zuidbarge de kleine particuliere zuivelfabriek van de heer Timmer geopend, waar met handkracht boter werd gemaakt. Deze fabriek was geen lang leven beschoren. In Noordbarge werd al in 1893 een coöperatieve zuivelfabriek en Korenmalerij opgericht. In 1949 fuseerde deze zuivelfabriek met die van Emmen, waarna de Emmer fabriek sloot. Door schaalvergroting werd de productie in Noordbarge in 1988 uiteindelijk ook stopgezet. Zowel het gebouw als de straat Melkweg herinneren nog aan de zuivelgeschiedenis van Noordbarge.

In het kader van de werkverschaffng werd in de jaren ’20 en ’30 het Noordbargerbos aangeplant ten westen van Noordbarge. Dit bosgebied biedt een grote verscheidenheid aan fora en fauna en leent zich prima voor wandeltochten.

In 1905 kreeg Zuidbarge een treinstation aan de spoorlijn tussen Zwolle en Stadskanaal.

Het stationsgebouw werd al een jaar eerder opgeleverd en was identiek aan het station in Weerdinge. In 1941 werd de spoorlijn tijdelijk opgeheven, maar het treinstation van Zuidbarge werd al enkele jaren later afgebroken.

In de jaren ’70 bouwde men aan de rand van de nieuwe wijk Bargeres, even ten westen van Zuidbarge, een nieuw station aan het traject Zwolle-Emmen. ■

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen