Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Wijster

De geschiedenis van Wijster gaat terug tot in de middeleeuwen. Het esdorp ligt op een langgerekte zandrug en is gesticht als dochternederzetting van Beilen. In 1206 kwam Wijster als Wisnare voor in een offcieel document. Het dorp heeft een grote brink aan de Bruntingerweg en wordt omringd door essen.

Op de Noorderesch zijn rond 1960 restanten aangetroffen van een twintigtal laat-Romeinse boerderijen. In de omgeving zijn diverse graf- en brandheuvels aangetroffen.

Al vroeg in de negentiende eeuw had Wijster een winterschool. Deze werd in 1838 vervangen door een permanent gebouw waar het hele jaar lesgegeven werd. In 1881 kreeg het dorp een nieuw schoolgebouw aan de Drijberseweg.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd dit gebouw afgebroken en vervangen door het huidige pand van openbare basisschool De Zuiderenk.

Rond 1900 werd in het oude schoolgebouw een eigen dorpshuis geopend. In de jaren ’60 werd het tegenwoordige dorpshuis De Weidehoek gebouwd, dat onderdak biedt aan vele verenigingen. In 1929 kreeg Wijster een eigen hervormde kerk aan de Kampsweg, een eenvoudige zaalkerk met dakruiter. Het dorp had een grote middenstand en daardoor een belangrijke streekfunctie voor omringende dorpen.

Wijster is na 1850 gestaag gegroeid. Het dorp werd in 1873 aangesloten op de spoorlijn tussen Groningen en Zwolle en kreeg een eigen station. In 1940 is het station afgebroken.

Vlakbij deze locatie heeft tot 1998 het Biologisch Station van de Universiteit Wageningen gestaan. In 1931 werd bij Wijster het grote composteringsbedrijf Vuil Afvoer Maatschappij (VAM) gebouwd, het huidige Essent Milieu.

Hier bevindt zich ook informatiecentrum De Blinkerd van stichting Het Drentse Landschap.

Wijster werd in december 1975 landelijk nieuws, toen een stoptrein tussen Groningen en Zwolle werd gekaapt door Zuid-Molukse jongeren. Bij Wijster werd de trein tot stilstand gebracht. De kaping duurde twaalf dagen en kostte drie mensen het leven.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen