Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Odoornerveen

Halverwege de negentiende eeuw ontstond het plan om een kanaal te graven tussen de Drentse Hoofdvaart bij Hoogersmilde en de Verlengde Hoogeveensche Vaart bij Klazienaveen. De opdracht werd gegund aan de Drentsche Veen- en Midden Kanaal Maatschappij. Omstreeks 1855 waren de gravers aangekomen bij het Odoornerveen.

Daardoor kon ook hier begonnen worden met de ontginning van het Odoornerveen.

Zo ontstond het gelijknamige kanaaldorp Odoornerveen.

Het Odoornerveen was ongeveer 800 hectare groot en daarvan had de maatschappij 160 hectare in bezit. De vervening kon daarom doelmatig en relatief snel plaatsvinden. Er werd een stelsel van wijken gegraven haaks op het Oranjekanaal en het veen werd vervolgens in langwerpige percelen ontgonnen. Rond 1890 was de vervening van het Odoornerveen grotendeels voltooid en verschoof de turfwinning noordwaarts richting Eeserveen. Aan de andere kant van het kanaal, net over de grens tussen de gemeentes Borger-Odoorn en Coevorden, kwam het dorp Schoonoord tot ontwikkeling. Tussen Odoornerveen en Odoorn is in de jaren ’20 van de vorige eeuw een groot gebied met bos aangeplant, de huidige Boswachterij Odoorn.

Aan weerszijden van het Oranjekanaal verrees de bebouwing van Odoornerveen, later breidde zich dat uit langs de Borgerzijtak en de Maatschappijwijk. Met name kanaalarbeiders, veenarbeiders en neringdoenden vestigden zich hier. Het afgegraven veengebied werd ingericht als landbouwgrond en het veenontginningsdorp ontwikkelde zich tot een boerendorp met veenkoloniale akkerbouw. Een kerk heeft het dorp nooit gehad, wel waren er kleine houten schooltjes, die inmiddels zijn verdwenen. Later kreeg het dorp een dorpshuis, De Miet, en een kleine sportzaal. In 2005 vierde Odoornerveen het 150-jarig bestaan.

Bij de Achterweg ligt een klein vliegveld voor modelvliegtuigen, eigendom van de Odoorner Luchtvaart Club.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen