Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Nieuwediep

Parallel aan de provinciegrens tussen Drenthe en Groningen ligt de 5 kilometer lange veenkolonie Nieuwediep. Het dorp ontwikkelde zich vanaf de negentiende eeuw langs het kanaal Nieuwe Diep, dat rond 1800 werd gegraven ten behoeve van de ontginning van de Anner- en Eextervenen. De bebouwing van het dorp concentreert zich aan de noordkant van het kanaal.

Het buurschap Bareveld ligt op de provinciegrens tegen Nieuwediep aan, waardoor het deels tot de gemeente Aa en Hunze en deels tot de Groninger gemeente Veendam behoort.

Bareveld dankt zijn naam aan het Huis Bareveld, dat aan het begin van de achttiende eeuw is gebouwd. Rond 1760 werd het pand gekocht door de provincie Groningen, omdat een dam nabij het huis de afvoer van turf richting het Groningse Wildervank belemmerde.

Huis Bareveld brandde in 1924 af, maar een jaar later werd het pand aan de Bareveld 1 herbouwd. Tegenwoordig is er een horecagelegenheid gevestigd.

In 1765 begon men aan de zuidkant van Bareveld met het graven van het Stadskanaal en vlak daarna van het Nieuwe Diep. Ten noorden van het buurschap werd in die periode het Grevelingskanaal gegraven. Een onenigheid over de turfafvoer tussen de stad Groningen en de Drentse veenmarken werd door koning Willem I beslist in het Convenant van 1817. Daarin stond ook dat de dam bij Bareveld voorlopig intact moest blijven. Pas in 1872 kon de dam doorgegraven worden. Het Grevelingskanaal, het Stadskanaal en het Ooster- en Westerdiep richting Wildervank sloten daarna op elkaar aan.

In 1900 werd in Nieuwediep de steenfabriek en kalkbranderij De Twee Provinciën opgericht. De fabriek bestond tot 1972. Langs de Semslinie, vlak achter de huizen van Nieuwediep langs, werd rond 1900 een spoorlijn aangelegd. Bareveld kreeg een offciële halte langs de lijn Stadskanaal-Zuidbroek. Het haltegebouw stond aan de andere kant van het Stadskanaal. In 1919 werd daar een monument geplaatst ter nagedachtenis aan Klaas Jan de Vrieze, de man die kunstmest introduceerde in de veenkoloniën.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen