Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Gieten

Gieten ligt op de oostfank van de Hondsrug en is ontstaan in de vroege middeleeuwen.

Het esdorp ontwikkelde zich langs de doorgaande weg tussen Coevorden en Groningen. Oorspronkelijk bestond Gieten uit drie bebouwingskernen – onder meer rondom de fraaie Brink – die in de loop der tijd één geheel werden. In offciële documenten werd Gieten in 1221 voor het eerst vermeld als Geten. Ten oosten van Gieten ligt de langgerekte esnederzetting Bonnen, die ook in de middeleeuwen is ontstaan. In 1276 schreef men de plaatsnaam als Bunne. Door uitbreiding van Gieten in de twintigste eeuw groeiden beide dorpen aan elkaar, zodat men Bonnen nu als een wijk van Gieten beschouwt.

Aan de noordkant grenst Gieten aan het bos van Het Zwanemeer. Dit eikenbos dankt haar naam aan het meertje dat daar door zandwinning is ontstaan. In Het Zwanemeerbos zijn een veertigtal grafheuvels uit de IJzertijd aangetroffen. Daaruit blijkt dat rondom Gieten al voor het begin van de jaartelling bewoning moet zijn geweest. Midden in Het Zwanemeerbos ligt openluchtzwembad ’t Zwanemeer. Ten zuidwesten van Gieten ligt het Gietenerveld, onderdeel van de boswachterij Gieten-Borger, waar bossen, heidevelden, graslanden en veenplassen elkaar afwisselen. De uitgestrekte bossen zijn aan het begin van de twintigste eeuw aangeplant voor houtwinning.

Sinds de vijftiende eeuw werd in de Gietervenen op kleine schaal turf gegraven door arbeiders en keuterboeren. In de achttiende eeuw nam dit grotere vormen aan en begon men met ontginning van het veengebied oostelijk van Gieten. Ten noordoosten van Gieten en Bonnen groeiden daardoor de randveenontginningsdorpen Gieterveen en Bonnerveen. In 1817 sloten negen Drentse veenmarken, waaronder de twee van Bonnen en Gieten, een verdrag met de stad Groningen over de afvoer van turf over Groningse kanalen. In de jaren ’30 van de negentiende eeuw bereikte de turfwinning een hoogtepunt, maar na de ontbinding van de veenmarken in 1848 ontwikkelde Gieten zich gestaag van een agrarisch dorp tot een grote forensenplaats met enige lichte industrie.@Ook Bonnen groeide uit tot een volwaardig dorp met een eigen basisschool, café en winkeltjes.

In 1895 werd de coöperatieve zuivelfabriek Gieten-Bonnen in bedrijf genomen op de hoek van de Schoolstraat en de Wemenweg. De eerste jaren ging de productie van boter op handkracht, omstreeks 1900 stapte men over op stoomkracht. In 1928 sloot de fabriek, om in 1929 verder te gaan in een nieuw fabriekspand.

In 1966 stopte de zuivelfabriek en werd de productie verplaatst naar Eext.

In 1903 kreeg Gieten een eigen treinstation langs de spoorverbinding tussen Assen en Gasselternijveen. Ten westen van het station kreeg de in 1904 opgerichte exportslachterij van Udema een aansluiting op het spoor. Dit bedrijf bleef uitbreiden tot in de jaren ’60 en was een van de grootste werkgevers in de regio. Door overnames en fnanciële problemen sloot Udema in 1995. Op het oude fabrieksterrein bevinden zich nu winkelcentrum De Kastanje en een nieuwbouwwijk. Al in 1947 werd de spoorlijn opgeheven, het stationsgebouw is in de jaren ’60 gesloopt.

In Bonnen en Gieten staan, en stonden, enkele bijzondere bouwwerken. Aan het begin van de zeventiende eeuw werd in Bonnen de havezate Entinge gebouwd. De eerste eigenaar van dit Huis te Bonnen was een Groninger burgemeester, later woonden er ook leden van belangrijke families uit de veencompagnies.

In 1768 is het huis verkocht aan de Gasselter boerenfamilie Hilbing, die de naam veranderde in Groot Hilbingshof. Rond 1807 is de havezate afgebroken. De nabijgelegen hallenhuisboerderij aan De Bonne 2 kreeg de naam Klein Hilbingshof. Dit boerderijtje stamt gedeeltelijk uit de zeventiende eeuw en is omstreeks 1960 gerestaureerd.

Aan de Brink staat sinds 1849 de huidige hervormde kerk van Gieten. Uit oude documenten blijkt dat al in de veertiende eeuw op deze plaats een kerk stond die gewijd was aan Maria. Deze kerk raakte in de loop der eeuwen in verval. In 1804 werd de grote toren gebouwd, maar in 1849 werd het schip van de kerk afgebroken en herbouwd. In de toren hangen twee klokken uit de zestiende eeuw, de preekstoel en het offerblok dateren uit de zeventiende eeuw. Aan de Brink staan nog enkele bijzondere woonhuizen die omstreeks 1900 zijn gebouwd, zoals het witgepleisterde middenganghuis aan het begin van de straat en de villa’s en herenhuizen met Jugendstil-details. Aan de Brink 9, waar sinds lange tijd Hotel Braams is gevestigd, stond al vanaf 1617 een herberg.@Op het perceel tegenover Naweg 5 in Gieten, vlak achter de Brink, staat de beeldbepalende achtkante stellingmolen Hazewind. Deze korenmolen heeft een stenen onderbouw en een met riet bedekte romp. Op het riet is het jaartal 1833 aangebracht, het bouwjaar van de molen.

In 1949 werd de molen volledig gerestaureerden kreeg het zijn huidige naam. Ook Bonnen had sinds 1908 een eigen achtkante stellingmolen. Het bovenste deel van de molen werd na de Tweede Wereldoorlog afgebroken; de onderbouw deed daarna onder meer dienst alopslagruimte en autosloperij. In 1986 werd oohet laatste deel van de molen gesloopt.

De gemeente Gieten ging na gemeentelijke herindelingen in 1998 op in de gemeente Aa enHunze. Van deze nieuwe gemeente werd Gieten de hoofdplaats. Het huidige gemeentehuistaat aan de Spiekersteeg, is gebouwd met twee kleuren baksteen en vormt een complex van onderling geschakelde delen. Het opvallende pand is ontworpen door de architecten A Campo en Ezerman en in gebruik genomen in 2002. Voorheen stond het gemeentehuis aade Brink. Tussen 1896 en 1969 deed het dwars geplaatste pand aan de Brink 17 dienst als gemeentehuis. Dit gebouw was uitgevoerd in eclectische vormen en was tevens burgemeesterswoning. In 1969 nam de gemeente zijn intrek in Villa Beukenhof aan de Brink 18, een wat expressionistisch pand dat later twee keewerd uitgebreid. ■

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen