Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Geelbroek

Het kleine buurschap Geelbroek ligt zuidelijk van Assen en ten zuidoosten van Eleveld. In 1444 werd het vermeld als Gelebroeck. Het woord broek duidt op een moerassig gebied en de kleur geel is, net als bij Eleveld, waarschijnlijk toegevoegd vanwege de vele geelbloeiende brem- en gagelstruiken in de omgeving. Rond 1850 werd Geelbroek omschreven als een groot uitgestrekt gebied met wild kreupelhout en laag natuurlijk groenland.

De weinige bebouwing concentreert zich langs de doorgaande weg Geelbroek, die aan de noordkant Eleveld heet. Deze weg werd in de jaren ’30 van de twintigste eeuw verhard, waardoor gemotoriseerd vervoer het buurschap kon bereiken. Ten zuiden van het buurschap splitst de weg zich in de Geelbroekerweg en de Esweg richting Ekehaar. Deze werden pas in de jaren ’50 verhard.

Aan de westkant van Geelbroek, langs de Ruimsloot, ligt het 200 hectare grote reservaat Geelbroek, met daarbij het Amerboschstuk en het elzenbosterrein Bloemendaal. Hier zijn nog enkele petgaten te vinden, langgerekte veenputten die in de negentiende eeuw zijn ontstaan door vervening, maar die inmiddels zijn dichtgegroeid met allerhande waterplanten.

De Ruimsloot, die de grens vormde tussen de gemeente Assen en de voormalige gemeente Rolde, stroomde ter hoogte van Anreep in het Amerdiep. Het gebied tussen Ruimsloot en het Amerdiep is bekend door haar weidevogelpopulatie en maakt deel uit van het Stroomdallandschap Drentsche Aa.

Van het woeste natuurgebied van Geelbroek werd in de loop der tijd een wat negatief beeld geschetst. In diverse Drentse dialecten werd de naam Geelbroek gebruikt in gezegden om een afstand te overdrijven of om iemand ergens anders naar toe te wensen. Met uitspraken als ‘men kan het in Geelbrook wal heuren’ of ‘gao toch hen Geelbroek lilkers vangen’ benadrukte men hoe afgelegen en verlaten de streek destijds was.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen