Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Gasselte

In de vroege middeleeuwen is het esdorp Gasselte ontstaan op het hoogste deel van de Hondsrug. Het was een dochternederzetting van het zuidelijker gelegen Borger. De eerste bebouwing van Gasselte concentreerde zich rond het Lutkenend in het westen van het dorp en rond het Grotenend in het noordoosten. De twee kleine buurschappen zijn in de negentiende eeuw aan elkaar gegroeid door uitbreiding en bebouwing van de Dorpsstraat.

Kostvlies is het buurschap ten noordoosten van Gasselte, aan de gelijknamige weg haaks op het Grotenend.

Op een stuk bouwland westelijk van het Lutkenend, de Galgenakkers, werden in 1975 restanten aangetroffen van meerdere boerderijen uit de periode tussen de negende en de twaalfde eeuw. Deze bootvormige boerderijen werden het Gasselte-type genoemd. Bij opgravingen in Pesse en Peelo zijn dezelfde soort boerderijen aangetroffen. In 1309 werd Gasselte voor het eerst offcieel vermeld als Gesholte. De naam is afgeleid van de woorden gais, wat staat voor onvruchtbaar, en holte, wat bos betekent.

Ten oosten van Gasselte lagen voornamelijk hoogveengronden. Halverwege de zeventiende eeuw begon men op grote schaal met de ontginning van deze veengebieden. Boeren uit Gasselte verkochten hun grond aan de rand van de boermarke, zodat daar kanalen gegraven konden worden om de turf af te voeren.

Langs deze kanalen vestigden zich veenarbeiders, schippers en boeren en ontstonden veenkoloniën als Gasselternijveen en Gasselterboerveen. Het gebied ten westen van Gasselte bestond grotendeels uit zandgronden. Ook deze gebieden werden vanaf de zeventiende eeuw ontgonnen en geschikt gemaakt als wei- en bouwland.

Gasselte grenst aan de uitgestrekte boswachterij Gieten-Borger. Aan het begin van de twintigste eeuw werd dit bosgebied aangeplant voor de houtwinning en om zandverstuivingen tegen te gaan. Het landschap hier kenmerkt zich door een afwisseling van loof- en naaldbossen, heidevelden en vennen. Tot 1998 lag het bosgebied in vier verschillende gemeentes en was het natuurgebied opgedeeld in het Gietenerveld, het Gasselterveld, het Drouwenerveld en het Grolloërveld. Door gemeentelijke herindelingen behoort het hele gebied nu tot de gemeente Aa en Hunze.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog begon de familie Jonker in de bossen van het Gasselterveld met de winning van schoon wit zand voor de bouwsector. Tegenwoordig wordt per jaar enkele miljoenen kilo’s industriezand gewonnen, zand dat al in de IJstijd door snelstromend smeltwater in dit gebied is afgezet. Zuidelijk van het dorp ligt het Drouwenerzand, een voormalig stuifzandgebied dat nu gedeeltelijk is bebost. Door de gunstige ligging treft men in en rond Gasselte veel recreatie- en overnachtingsmogelijkheden aan.

Aan de Dorpsstraat 5, op de rand van een es aan de westkant van het dorp, staat de witgeverfde hervormde kerk van Gasselte. Deze van oorsprong katholieke kerk is in de veertiende eeuw gesticht vanuit Borger. Een deel van het muurwerk stamt mogelijk al uit de tweede helft van de dertiende eeuw. De witte kerk is in de loop der eeuwen meermaals verbouwd en gerestaureerd. In 1787 kreeg de kerk zijn huidige dakruiter, die een vrijstaande klokkenstoel moest vervangen. Een deel van de inventaris dateert uit de zeventiende eeuw, zoals de preekstoel, de avondmaaltafel en het doopbekken. De begraafplaats telt ongeveer 100 grafmonumenten en valt onder monumentenzorg. In 1932 kreeg de kerk een orgel, dat bij een restauratie in de jaren ’90 werd voorzien van een binnenwerk uit 1847 van J. Scheuer uit Coevorden. Pastorie De Weem aan het Lutkenend is gebouwd in 1844, in 2007 is een begin gemaakt met de restauratie van dit neoclassicistische pand.

Door de aanleg van de spoorlijn Assen-Gasselternijveen in 1905 kreeg Gasselte een eigen stationsgebouw. In 1905 werd daarvoor bij een zandafgraving in de buurt, op de plek waar de spoorlijn de Hondsrug doorsneed, ook de stalen spoorbrug ‘Ravijnzicht’ gebouwd. De spoorlijn werd in 1947 opgeheven en rond 1970 werd het stationnetje afgebroken. Op de plek waar vroeger het stationsgebouw stond, staat nu als herinnering een klein houten huisje. In Gasselte staan enkele bijzondere boerderijen.

Aan de Jan Hugeslaan en de Esweg staan twee grote hallenhuisboerderijen die omstreeks 1800 zijn gebouwd, aan het Lutkenend en de Kerkstraat staan boerderijen uit 1830.

Tot 1998 was Gasselte een zelfstandige gemeente, waarbij onder meer Kostvlies en de dorpen en buurschappen in de Gasselterboervenen en de Gasselternijvenen hoorden. Het gemeentehuis stond echter niet in Gasselte zelf, maar aan de Vaart in het grotere Gasselternijveen. Kostvlies werd in de loop der jaren steeds meer één met Gasselte en inmiddels delen de twee plaatsen onder meer een dorpsbelangenvereniging, een basisschool en meerdere sportclubs. Wel hebben beide dorpen nog hun eigen dorpshuis. In Gasselte staat aan Achter De Brinken dorpshuis De Trefkoel, in Kostvlies heeft de Meester Kranenborgschool deze functie. Deze openbare lagere school werd gebouwd in 1930 en is later vernoemd naar het eerste schoolhoofd Jan Kranenborg.

In de jaren ’70 moest de school sluiten omdat er te weinig leerlingen waren.

Kostvlies is halverwege de negentiende eeuw gesticht door de uit Gelderland afkomstige eekschillerfamilies Van ‘t Hof en Dokter. Zij verdienden hun geld met het verzamelen, drogen en vermalen van eikenschors tot een product dat als looistof bij het vervaardigen van leer gebruikt werd. Boeren vestigden zich hier op de rand van het hoogveengebied. De naam van het wegdorp verwijst naar een moeilijk ontginningsproces: in 1832 werd Kostvlies voor het eerst in offciële documenten genoemd als Kost Vleesch.

In de loop van de twintigste eeuw veranderde Kostvlies van een agrarisch buurschap in een forensendorp. In het noorden grenst de plaats aan het buurschap Achter Het Hout, dat samen met het naburige Bonnen tot Gieten wordt gerekend. Onder Kostvlies langs liep het spoorwegtracé tussen Assen en Gasselternijveen, eigendom van de Noord-Ooster Locaal Spoorweg Maatschappij. Ten oosten van het dorp ligt het uitgestrekte golfterrein De Semslanden.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen