Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Eexterveensche Kanaal

Parallel aan de provinciegrens met Groningen, tussen Annerveenschekanaal en Bareveld, ligt de langgerekte veenkolonie Eexterveenschekanaal. Het kanaaldorp is ontstaan in de achttiende eeuw toen door de Annerveensche Heeren Compagnie het Grevelingskanaal werd gegraven en de ontginning van de Eextervenen begon. De eerste bewoners van het dorp waren veenarbeiders, naarmate de ontginning vorderde kwamen er ook boeren naar deze nederzetting.

De doorbraak van de dam bij Bareveld, rond 1870, was een belangrijke economische impuls voor Eexterveenschekanaal. Het Grevelingskanaal kreeg hierdoor aansluiting op het Stadskanaal en op het Ooster- en Westerdiep tussen Bareveld en Wildervank. In de twee decennia daarna namen de industrie en de middenstand toe en verdubbelde het aantal inwoners tot meer dan 350. Op de hoek van de Menweg en de Semsstraat herinnert het bronzen beeld ‘Het Anker’ van Wladimir de Vries nog aan de binnenscheepvaart. In de twintigste eeuw liep het aantal inwoners van Eexterveenschekanaal langzaam terug.

In 1903 werd aan de Semsstraat 26-28 de coöperatieve aardappelmeelfabriek Wildervank en Omstreken geopend. In 1910 werd, schuin tegenover de fabriek, een marechausseekazerne gebouwd. Dit gebeurde op verzoekvan de fabrieksdirectie, zodat een eventuele opstand onder de arbeiders snel in de kiem konworden gesmoord. De fabriek sloot in 1954.

Rond 2007 zijn plannen gemaakt om van het fabrieksterrein een jachthaven te maken en de oude loodsen te verbouwen tot hotels. De voormalige marechausseekazerne werd na sluiting verbouwd tot een complex met drie zelfstandige woningen.

In Eexterveenschekanaal zijn aan het eind van de negentiende eeuw twee smeedijzeren draaibruggen met houten dek geplaatst. De bijbehorende brugwachterswoningen zijn uit dezelfde periode. Bij de schutsluis, die rond 1895 ter hoogte van Semsstraat 17 werd aangelegd, werd eveneens een smalle voetgangersdraaibrug gebouwd. De sluis is in de jaren ’90 van de vorige eeuw grondig gerenoveerd.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen