Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Eext

Het langgerekte esdorp Eext is ontstaan in de vroege middeleeuwen. In de tiende eeuw bestond het dorp al uit negentien boerderijen, in de zeventiende eeuw waren dit dertig. De naam is waarschijnlijk afgeleid van het woord ‘ekesate’, woonplaats bij de eik. Eext ligt op de oostfank van de Hondsrug, ten noordwesten van Gieten.

De open structuur van een esdorp is in Eext goed bewaard gebleven, mede door het gemeentelijke Brinkenplan uit 1979. Het dorp telt nog zeven brinken die allen met eikenbomen zijn beplant. Op de Zuiderbrink, een van de grotere brinken van Drenthe, staat een schaapskooi uit 1642.

Langs de Gieterstraat en de Kerkstraat staan meerdere hallenhuisboerderijen die gedeeltelijk of geheel gebouwd zijn in de achttiende of negentiende eeuw. Aan de Kloosterstraat staat een neoclassicistisch uitgevoerde zaalkerk uit 1841 met een opengewerkte siertoren. Het orgel, gemaakt door J. Doornbos, dateert uit 1910 en was een particuliere gift aan de hervormde gemeente van Eext. In 1895 werd aan de Hoofdstraat de coöperatieve zuivelfabriek De Eendracht opgericht, die in 1977 werd gesloten.

In 1985 is de fabriek gesloopt.

Ten zuiden van het dorp liep tussen 1905 en 1968 de spoorlijn Assen-Stadskanaal. Het voormalige stationsgebouw van deze Eexterhalte is gebouwd in 1924 en is tegenwoordig de entree van camping De Schaopvolte. Het voormalige tolhuis aan de Stationsstraat heeft eveneens neoclassicistische vormen en is gebouwd rond 1870. Aan de Middenstraat zit sinds 1985 in een voormalige diepvrieskluis het kleine dorpsmuseum De Kluis.

Bij Eext zijn een drietal hunebedden aangetroffen. Het hunebed D12 bevindt zich ten westen van de Venakkers. In het dorp zelf, tussen de Stationsstraat en de Anderenseweg, ligt hunebed D13, ook bekend als De Stemberg of de Eexter grafkelder. Dit is een uniek exemplaar, omdat het gedeeltelijk schuilgaat in een heuvel en een toegangstrap heeft van vier treden. Aan de zuidkant van het dorp, bij de Eexterhalte, ligt hunebed D14.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen