Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Drouwen

Tussen Borger en Gasselte ligt het esdorp Drouwen. Het dorp is ontstaan in de middeleeuwen, waarschijnlijk als dochternederzetting van Borger. In de veertiende eeuw schreef men de plaatsnaam als Druwen. Die naam is afgeleid van een oud woord voor het bebouwen van akkers. Drouwen grenst aan vier essen, de Marelesch, Zuideresch, Kampenesch en Oosteresch. Het agrarische karakter van het dorp is nog te herkennen aan een aantal Saksische boerderijen aan de Hoofdstraat en aan de kleine brinkachtige ruimtes. Tussen 1901 en 1941 had Drouwen een eigen coöperatieve zuivelfabriek met de naam De Eendracht. In 1905 werd Drouwen aangesloten op de spoorlijn Zwolle - Stadskanaal. Het station stond richting Bronneger.

Het Drouwenerzand bij Drouwen is een groot stuifzandcomplex met heide en bos. Ieder jaar broeden bijzondere vogelsoorten in dit gebied.

In het Drouwenerzand Attractiepark is een klein telefoonmuseum gevestigd.

In 1927 ontdekte men in de omgeving van Drouwen het graf van het zogenaamde Stamhoofd van Drouwen. In dit graf uit de Bronstijd, trof men meerdere bronzen en vuurstenen wapens aan en twee gouden ringen. In 1939 zijn in een urnenveld bij Drouwen armbanden en een versierde pot gevonden. Eind jaren ’60 is een imaginaire Prinses van Drouwen in het leven geroepen, die wellicht de oorspronkelijke eigenaresse van deze vondsten was. Of het volk dat in de prehistorie rond Drouwen leefde ook echt in stammen samenleefde of prinsessen had is niet bekend.

Tussen de Steenhopenweg en de Marelweg liggen de middelgrote hunebedden D19 en D20.

Met name D20 is bijzonder vanwege de bijna volledige ring van kransstenen om het hunebed. In D19 zijn door archeologen een enorme hoeveelheid scherven, vuurstenen werktuigen en kralen aangetroffen. Aan de rand van het Drouwenerveld nabij het Meeuwenveen ligt hunebed D26. De zij- en sluitstenen liggen grotendeels in de grond. Rond 1970 zijn bij onderzoek in dit hunebed restanten aangetroffen van 160 potten en stenen werktuigen.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen