Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Drijber

Het esdorp Drijber ontstond in de vroege middeleeuwen in het stroomdal van de beek Oude Diep. De eerste dateert uit 1217, toen heette Drijber nog Triburd. De naam duidt waarschijnlijk op een drietal huizen of buurschappen, maar kan ook verwijzen naar een pontje om de beek over te steken. Het klooster van Ruinen bezat in de middeleeuwen een uithof in Drijber.

Deze hofboerderij was onder meer logement voor reizende kloosterlingen. Vroeger had Drijber een brink, maar die is in de loop der jaren verdwenen. De Drijberse Es ligt aan de zuidzijde van het dorp.

De omgeving van Drijber werd begin vorige eeuw op grote schaal ontgonnen. De goedkope grond trok veel jonge gereformeerde boeren uit Groningen en Friesland, die hier een nieuw bestaan wilden opbouwen. In het kader van de werkverschaffng werd in de jaren ’20 het Linthorst Homankanaal gegraven, dat de Beilervaart en de Hoogeveensche Vaart met elkaar verbond. Vlakbij dit kanaal werd in 1931 de Vuil Afvoer Maatschappij (VAM) geopend. Door de toenemende werkgelegenheid bouwde men in deze periode voor het eerst burgerwoningen in Drijber. Aan de Vamweg tussen Wijster en de VAM treffen we informatiecentrum De Blinkerd van de stichting Het Drentse Landschap aan.

Net buiten de bebouwde kom staat sinds 1929 het schoolgebouw van de christelijke basisschool Drijber. De gereformeerde kerk van Drijber staat aan de Berkenweg. Deze eenvoudige zaalkerk met torentje dateert uit 1939. Hij is de opvolger van het naastgelegen kerkgebouw uit 1928, dat tegenwoordig dienst doet als consistorie. Een centrale plek in het dorp is weggelegd voor dorpshuis ’t Kaampie, waar onder meer de jongerensoos en de toneelvereniging onderdak vinden. Sinds 1980 organiseert het dorp ieder jaar een spelweek, waarin de straatverenigingen het tegen elkaar opnemen. In de omgeving van Drijber zijn meerdere campings.

Aan het Linthorst Homankanaal, langs de doorgaande weg richting Mantinge, ligt een groot bungalowpark.

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen