Toeristenkaart, Er is zoveel te zien!

Historie van Bunne

Zuidwestelijk van Eelde liggen de esdorpen Bunne en Winde. De bebouwing van de dorpen loopt langs de Peizerweg in elkaar over. Bunne en Winde worden van elkaar gescheiden door een bovenloop van het Eelderdiep. De dorpen vormden eeuwenlang samen een boermarke.

Westelijk van de dorpen liggen de natuurgebieden Bunnerveen en Stuifgat, restanten van het uitgestrekte hoogveengebied dat pas na de Tweede Wereldoorlog is ontgonnen.

Bunne en Winde zijn ontstaan in de middeleeuwen. Omstreeks 1145 werd op initiatief van de bisschop van Utrecht, die destijds veel bezittingen had in Drenthe, een versterkt huis met een kapel gebouwd in Bunne. Aan het eind van de dertiende eeuw schonk de toenmalige bisschop de burcht en het landgoed aan een Duitse ridderorde. Zij stichtte daar één van de drie kloosters van Drenthe, de Commanderij van de Duitse Orde. Het werd ook wel het Duitse Huis der Heilige Maria genoemd. De commandeur, de hoogste in rang in de Duitse ridderorde, bestuurde het landgoed. De inkomsten waren bestemd voor kruistochten in de Baltische staten. De bewoners van het landgoed kwamen uit het klooster van Utrecht.

In de tweede helft van de zestiende eeuw werd de kapel afgebroken en werd de commanderij gesloten. De oude burcht was in verval geraakt en werd nauwelijks nog gebruikt. Toen het geleidelijk zijn kloosterfunctie verloor, zo rond 1560, werd de commanderij het Huis te Bunne genoemd. De Duitse Orde verkocht het landgoed en de burcht werd eind achttiende eeuw omgebouwd tot boerenwoning. De gracht die om het grote huis heen lag werd gedempt, de zware houten brug werd verwijderd en twee verdiepingen van het pand werden afgebroken.

Later is het nog meermalen verbouwd. Op de plek waar ooit het klooster stond, staat nu aan het Westeinde 1 het boerenwoonhuis uit de achttiende eeuw.

Oorspronkelijk had Bunne een grote driehoekige brink, maar deze is nagenoeg verdwenen door de bouw van de zuivelfabriek aan de Eelderweg. Winde heeft geen brink, maar de huidige verspreide bebouwing doet vermoeden dat het dorp in het verleden wel een weilandbrink heeft gehad. De structuur van Winde is in de loop der jaren redelijk ongewijzigd gebleven. Aan de Peizerweg in Winde staat een aantal karakeristieke kop-romboerderijen, zoals de boerderij aan de Peizerweg 103 uit 1885 en de boerderij even verderop met een groot woonhuis in neorenaissancevormen. Bunne heeft enige komvorming rond de kruispunten Burchtweg-Eelderweg en DonderensewegPeizerweg, maar verder heeft ook dit dorp voornamelijk verspreide bebouwing. Aan de Donderenseweg staan een paar krimpenboerderijen die omstreeks 1900 zijn gebouwd.

In 1896 werd aan de Peizerweg de coöperatievezuivelfabriek Bunne en Winde geopend. Hier werden eerst met handkracht en later met stoomkracht boter en consumptiemelk geproduceerd. Er was ook een korenmalerij. In de jaren ’20 werd de fabriek uitgebreid met onder meer een molenaarswoning, een graanpakhuis, een kolenloods en een directeurswoning.

In 1936 verrees een compleet nieuwe fabriek ter vervanging van de oude. Het nieuwe gebouw was ontworpen door J. Boelens en bestaat uit geschakelde bouwdelen die in hoogteverschillen. Door schaalvergrotingen in de zuivelindustrie moest Bunne en Winde in 1968 sluiten. Het farbiekspand functioneerde nog enige tijd als opslagloods voor de Drentsche Ondermelk Organisatie, daarna werd het een metaalwarenfabriek.

Bunne en Winde hebben weinig eigen voorzieningen, waardoor inwoners afhankelijk zijn vannaburige plaatsen als Eelde, Yde, Donderen of Vries. Op de plaats waar vroeger in Bunne het clubhuis van de ijsbaan stond, is recent het nieuwe dorpshuis voor Bunne, Winde en Bunnerveen geopend. Voorheen kwamen de dorpelingen samen in de school of het dorpscafé, maar de eerste werd gesloten en de laatste kreeg een andere bestemming. Samen hebben de drie plaatsen een belangenvereniging en een vereniging voor volksvermaken. ■

Tekst: © Noordboek Drenthe • Foto: © Hendrik van Kampen